Columns & édito's

Chapeau voor Davine!

Hoe dichter de Tour de France nadert, des te meer Franstalige muziek je op de radio hoort. Van chansonhelden uit de jaren zeventig tot hedendaagse sterren als Zaz, Stromae en onze nationale trots Davine. Nadat zij in 2015 rond de Tourstart in Utrecht een hit had gescoord met de Yves Montand-klassieker À Bicyclette, ging het met Davine zó bergopwaarts, dat de Tourdirectie overwoog om haar de bolletjestrui toe te kennen. Protesten uit het peloton hebben dat uiteindelijk voorkomen, maar lieten onverlet dat de zangeres haar koers naar boven onbekommerd voortzette. In 2017 leidde dat tot het succesvolle album Renaissance, waarmee ze bewees dat ze niet alleen zangtechnisch, maar ook als songwriter eenvoudig kan wedijveren met haar Franse vakgenoten. Na een korte stilte maakte Davine deze zomer bekend dat ze een opmerkelijk Gronings-Frans duet zou gaan opnemen met Erwin de Vries (Mooie minsen) én met nieuw solomateriaal zou komen. Dat werd de single Tic Tac, die inmiddels veelvuldig op de Nederlandse en Franse radiozenders gedraaid wordt. En wat een ontzettend leuk nummer is dat! Niet alleen door de aanstekelijke beat, elektronische sound en verrassende ‘rappassage’, maar vooral – en opnieuw – door Davine’s stem, waarin haar opgewekte karakter zo onmiskenbaar doorklinkt. Dat aangeboren talent maakt het luisteren naar haar muziek telkens weer tot een aangename sensatie. Als je alleen al met je stem blijdschap weet te verspreiden, dan ben je een grootheid. Tim Wellens, de huidige drager van de bolletjestrui, mag zich terecht zorgen gaan maken.

De officiële videoclip van ‘Tic Tac’ staat op YouTube:
https://www.youtube.com/watch?v=jnb9qeFIodM


Columns & édito's

De Tour van toen

Édito in het zomernummer 2019 van magazine En Route

Al tien jaar kijk ik nauwelijks nog televisie. Al die talkshows, realitysoaps of opgeklopte zangwedstrijden – ze kunnen me allemaal gestolen worden. Het is dat ik het ’s ochtends op de radio hoorde, anders had ik niet geweten dat Nederland het Eurovisie Songfestival had gewonnen. Van de winnaar, Duncan Laurence, had ik trouwens ook nog nooit gehoord. Als ik met De Slimste Mens had meegedaan, had ik gegokt dat het een Formule 1-coureur was. Gegokt ja, want ook die sport gaat volledig aan me voorbij.
         Maar straks, vanaf 6 juli, staan de deuren van de tv-kast een hele maand open. Dan kijk ik vanaf mijn werkplek elke dag met een schuin oog naar de Tour de France. Dat wil zeggen: naar het schone Franse landschap waar de renners doorheen koersen, want van de huidige generatie ken ik slechts een handvol namen. Het maakt me ook niet uit wie er wint, als de helikopter maar mooie luchtopnamen maakt van de kastelen, kerken en abdijen die in de buurt van het parcours liggen.
         Vroeger zat ik altijd geboeid naar het commentaar van Jean Nelissen te luisteren. ‘De Neel’, een gemoedelijke Limburger, vond het heerlijk om tijdens de koers over de historie van zo’n bezienswaardigheid uit te wijden. In gedachten zag ik hem dan met een glaasje rood achter de microfoon zitten, wat trouwens dikwijls het geval was.
         De Tourkaravaan was in die tijd ook veel kleurrijker dan nu. Rauwe over-mijn-lijk-types als Freddy Maertens of Gerrie Knetemann zie je al jaren niet meer in het peloton. Bovendien reden er van die mooie namen mee: Gilbert Duclos-Lasalle, Jean-René Bernaudeau en natuurlijk de grootste der groten: Bernard Hinault. Wat was ik een fan van die man, met zijn verbeten blik en zijn loerende ogen. Hij hield iedereen in de gaten en hij was ze allemaal de baas. Daar genoot ik van.
         U begrijpt daarom wel hoe trots ik ben dat we hem voor deze zomereditie mochten interviewen. Al was het alleen maar vanwege dit onsterfelijke citaat uit dat vraaggesprek: ‘Ik heb ooit met één seconde voorsprong gewonnen. Dat is voldoende, je moet gewoon als eerste aankomen.’ 

Bonne lecture!

Andy Arnts 
Hoofdredacteur


Actueel

Goede Vrijdag

15 jaar geleden schilderde ik, terwijl de Matthäus Passion mijn atelier vulde, deze ‘Ecce homo’. De ineengekrompen houding en scherpkantige contouren van gelaat en kleed bekrachtigen het lijden van de gegeselde Christus. Het goeddeels met het paletmes geschilderde portret is uitgewerkt in overwegend lichte en donkere tinten paars, de kleur van de boete die naar liturgisch gebruik is verbonden met de Passietijd. Ieder jaar op Goede Vrijdag geef ik dit werk een mooie plaats in de woonkamer en brand ik er kaarsen bij.

Actueel, Columns & édito's

Een lichtend symbool

Ik ben er nog steeds doodziek van. Tot ver in de nacht heb ik ontzet toegekeken hoe 400 brandweerlieden alles op alles zetten om de Notre-Dame uit die woekerende vlammenzee te redden. Ik zag mijn Notre-Dame, dat juweel van christelijke beschaving en gotische bouwkunst, dat zo’n verpletterende indruk op mij maakte toen ik Parijs op mijn 18e begon te verkennen en te beminnen, langzaam ten onder gaan. ‘Dit voelt als een plotselinge dood van een ouder’, appte ik aan een vriend, die de laatste ontwikkelingen eveneens in complete verslagenheid volgde.

Pas toen met zekerheid kon worden vastgesteld dat de twee torens en de structuur de brand zouden overleven en het blussen nog wel even zou duren, zette ik het live-verslag uit. Even daarvoor had een Parijse hoogwaardigheidsbekleder bevestigd dat men, terwijl het vuur binnen in de kathedraal nog driftig om zich heen sloeg, reeds plannen maakte voor de wederopbouw. Ook Macron was daar tijdens zijn late speech stellig in, en vanochtend las ik dat de Franse miljardair François-Henri Pinault 100 miljoen euro beschikbaar stelt voor een grootscheepse restauratie. Ik hoop maar dat velen zijn voorbeeld zullen volgen. Een bosbouwer heeft naar verluidt al nieuw hout beloofd.

Dat dit drama zich uitgerekend voltrekt in de Goede Week (de week voor Pasen), voedt de vergelijking met de kern van het paasfeest: het sterven en de verrijzenis. Voor de Notre-Dame was het gisteren een vervroegde Goede Vrijdag, de dag waarop we het lijden en sterven van Christus herdenken. Maar de plannen voor een snelle wederopbouw geven haar tevens een glorieus uitzicht op Pasen. Wat bovendien ontroert is de verbondenheid die deze tragedie onder zo veel mensen teweegbrengt. Even zijn we weer één in verdriet en verbijstering, en groeit het besef dat we allemaal naast een inkomen ook iets heiligs nodig hebben om te kunnen overleven. Daarom zal de Notre-Dame uit haar as herrijzen, om hier meer dan ooit als een lichtend symbool van te getuigen.

Andy Arnts
16 april 2019

Interviews

Rendez-vous avec Inge de Bruijn

Gistermiddag in Rotterdam lang gesproken met meervoudig Olymisch zwemkampioene en wereldrecordhoudster Inge de Bruijn over haar passie voor Frankrijk en Monaco in het bijzonder. Genoeg stof voor twee interviews in respectievelijk Côte & Provence (zomernummer) en En Route (nazomernummer).

Op de foto (vlnr): Mario Ridder (chef-cuisinier restaurant Joelia, Rotterdam), Inge de Bruijn, Andy Arnts, Michelle Klop (fotografe).  

PS. Deze lunch werd NIET gesponsord door Oral-B.